Verslag Zomerlezing 'Talk to me' Peer suported Open Dialogue - 3 juli 2018


In het kader van Herstel Ondersteunende Zorg organiseerde de Cliëntenraad (CR) van Arkin de zomerlezing Talk to me over Peer Supported Open Dialogue (POD). In deze nieuwe vorm van hulpverlening staat het gezamenlijk zoeken naar betekenis tijdens een ontwrichtende ervaring centraal. 

In het kader van Herstel Ondersteunende Zorg organiseerde de Cliëntenraad (CR) van Arkin de zomerlezing Talk to me over Peer Supported Open Dialogue (POD). In deze nieuwe vorm van hulpverlening staat het gezamenlijk zoeken naar betekenis tijdens een ontwrichtende ervaring centraal. Het is een andere vorm van hulp geven en zoeken tijdens een crisissituatie, waarbij niet alleen de cliënt, maar ook zijn directe netwerk wordt betrokken. Met zogenaamde Network Treatment Meetings (of netwerkgesprekken in het Nederlands) zoekt de betrokken persoon samen met zijn of haar naaste omgeving en het POD team (bestaande uit een combinatie van psychiater, psycholoog, verpleegkundige en ervaringsdeskundige) naar mogelijke opties om betekenis te geven aan de ontstane situatie. POD maakt gebruik van een heel scala aan gesprekstechnieken en mindfulness voor het bevorderen van de dialoog. Dit moet voorkomen dat men blijft steken in voorbarige diagnoses en plannen die het herstel eerder belemmeren dan bevorderen. Hoe dat precies in zijn werk gaat legt Martijn Kole (adviseur Raad van Bestuur van Lister, ervaringsdeskundige en oprichter en directeur van Enik Recovery College in Utrecht) ons uit in een interessante lezing, waarover straks meer.

De middag wordt geopend door Maaike Riemersma, Bureaumanager Cliëntenraad Arkin en Praktijkondersteuner GGZ (POH GGZ). Maaike legt uit dat ze vandaag voor POD hebben gekozen, omdat dat goed aansluit bij het achtste speerpunt van de CR. Hierin staat dat de CR de De High Intensive Care (HIC) ontwikkeling kritisch blijft volgen, vooral waar het het Dolhuijsmanifest betreft, dat aangeeft dat de GGZ separeervrij moet zijn in 2020. POD lijkt in haar behandelwijze hier goed op aan te sluiten. Bovendien zal de CR aandacht besteden aan de uitkomsten van de HIC monitor en kijken naar de nieuwe methodieken zoals Active Recovery Triade en Peer Support Dialogue. Die laatste staat vandaag in de schijnwerpers. Voordat Martijn ons meer gaat vertellen over POD vraagt Maaike aan ervaringsdeskundige Sylvia wat haar ervaringen zijn. Sylvia werd een tijd geleden tijdens een crisis opgenomen in LIZ (Langdurige Intensieve Zorg van Inforsa) en heeft daar te maken gehad met Dwang en Drang (dwangmedicatie, separatie en fixatie). Vanaf haar twintigste is zij regelmatig met deze vorm van zorg in aanraking gekomen en dat heeft zij als heel heftig ervaren. Dusdanig dat ze daar vandaag de dag nog steeds nachtmerries van heeft, terwijl het nu verder goed gaat met haar. Ze is vorig jaar uit het LIZ ontslagen en heeft ondertussen haar studie weer opgepakt en heeft afgelopen week haar diploma behaald! Wat zij vooral moeilijk vond was de onzekerheid en het  gebrek aan echt contact. Je wist nooit van tevoren hoe lang je op een bepaalde plaats zou zijn, er was geen duidelijkheid over de behandeling of over de medicatie, er waren veel wisselingen en ze ervoer zelf geen regie. Als ze aangaf dat ze iets niet wilde, werd er vaak op gereageerd met een: “Het kan niet anders”. Ze is nu bezig met een ambulante behandeling en wil daarna misschien nog iets gaan doen aan de nachtmerries. Tijdens de voorlichting die ze geeft aan studenten ontdekte ze dat deze groep vaak niet doorheeft wat fixatie precies betekent. Het is niet alleen dat je letterlijk wordt vastgehouden, maar je wordt ook daadwerkelijk vastgebonden op bed. Haar familie was tijdens haar ziekteperiode wel betrokken, maar niet heel veel. Haar tante wel, maar ze vond het moeilijk haar ouders erbij te betrekken, omdat ze zich schaamde. Ook is het bij hun thuis niet de gewoonte om over emoties te praten en dat maakte het extra moeilijk.
Op de vraag wat zij van peer support vindt, antwoordt ze dat het haar een goed idee lijkt dat naastbetrokkenen erbij worden gehaald, maar wel tot een bepaalde hoogte. Zij wil graag zelf beslissen wat ze wel en niet deelt of vertelt aan naasten. Zeker bij vriendinnen vindt ze dat belangrijk. Gelukkig zijn haar vriendschappen overeind gebleven en had ze na haar ontslag een kring van familie en vrienden om zich heen, waardoor ze niet in een gat viel.

Lezing van Martijn Kole.
Martijn heeft zijn lezing de titel “In het antwoord groeien” meegegeven. Dit was de titel van een essay dat hij moest schrijven tijdens zijn POD training. Het verhaal over POD is een mooi verhaal, maar het is geen makkelijk verhaal. In dit verslag van zijn lezing heb ik tevens de vragen uit het publiek en de reacties daarop verwerkt. Vanwaar de belangstelling voor POD? In de grotere context is er van alles gaande in de samenleving. De roep om de zorg aan te laten sluiten op de samenleving, de vermaatschappelijking van de zorg, wordt steeds luider. Desamenleving wil niet alleen beschermd worden tegen verwarde personen, er moet ook echt iets veranderen in de zorg. Men is zich ervan bewust geworden dat niet iedereen in staat is om zich een plek in een betekenisgevend netwerk te verwerven. Er is veel ongelijkheid in de maatschappij en er zijn zoveel mogelijkheden in deze wereld, dat het mensen veel moeite kost om zich staande te houden. De druk wordt steeds hoger. We willen mensen die vastlopen niet alleen maar redden uit een woeste zee, we willen ze ook leren zwemmen. In het project Redesigning Psychiatry (een project waarin ontwerpers, filosofen en ervaringsdeskundigen samen met een aantal innovatieve
organisaties een gewenst toekomstbeeld van de geestelijke gezondheidszorg voor 2030 ontwikkelen) gaat men ervan uit dat de problemen die mensen hebben niet alleen maar zijn terug te voeren op het individu, maar dat er problemen zijn in de interactie binnen de relaties die iemand heeft; de relatie met de wereld, met anderen en met zichzelf. Deze relaties moeten kloppen anders loopt een individu vast. De zorg moet dus ook diensten aanbieden die hierop aansluiten. Niet iedereen heeft een steunend netwerk en je hebt vaardigheden nodig om een netwerk te bouwen. Dit vraagt een hele andere insteek van de zorg dan wat we gewend zijn. Op dit moment zijn er vier pilots van POD aan de gang (bij Altrecht, Lister, GGZ Eindhoven en in MET Limburg). De eerste medewerkers zijn in 2017 getraind en daarna nog een groep in 2018. POD vraagt om een echt andere praktijk van behandeling en begeleiding. Het blijkt uit onderzoek dat het leidt tot zeer tevreden werknemers en cliënten. Binnen de pilots zijn ze op zoek naar een methode om te scholen, te onderzoeken, te ontwikkelen en te implementeren. Er worden richtlijnen opgesteld voor visie, houding en handelen. Voor een organisatie die gaat werken met POD vraagt
dit heel veel. Onder meer omdat deze herstelondersteunende manier van zorg ook leidt tot een afbouw van bedden en zorg in de wijk. De manier van werken is bovendien zo anders dat het kan leiden tot veel spanning bij de medewerkers. Een goede training is dus essentieel.

De achtergrond van POD en een eerste resultaat in cijfers. Begin jaren 80 waren er in West-Lapland (het noordwesten van Finland) veel problemen met mensen die psychoses hadden. Er lag een grote druk op de gezondheidszorg en er was behoefte om het roer om te gooien en het anders te gaan doen. Ze bedachten dat als ze de zorgbehoefte centraal zouden stellen, dat zou kunnen leiden tot een grote verandering binnen de zorg. De zorgbehoefte bleek namelijk te liggen in het betrekken van het netwerk van de cliënt bij de primaire zorg. Om het familiesysteem te kunnen betrekken in de zorg, moest de hele staf systematisch getraind worden en psychotherapeutische methoden moesten voor alle deelnemers toegankelijk worden  gemaakt. Jaako Seikkula, een man van weinig woorden, heeft deze methode voor het eerst vormgegeven. Hij noemde deze manier van werken “de dialoogvorm”. Later is dat omgedoopt tot Peer-supported Open Dialogue of kortweg POD.


De resultaten liegen er niet om. Al zijn de cijfers gebaseerd op een onderzoek in een ruraal en klein gebied in Finland, en dus niet een-op-een toe te passen op een stedelijke omgeving, laten ze een significante daling zien in bijvoorbeeld de aanwezigheid van symptomen na een behandeling met POD. Ook is er een positieve verandering te zien in de cijfers voor terugval, het oppakken van studie of werk, het gebruik van antipsychotica en het aantal opnamedagen in een ziekenhuis. De
symptomen verminderen met maar liefst 82% (na een gewone behandeling is dat 50%), een terugval komt slechts in 26% van de gevallen voor (71% na reguliere behandeling), studie en werk wordt door 83% van de cliënten weer opgepakt (tegen 30% na een standaardbehandeling). Het gebruik van antipsychotica is slechts 35% tegen 100% van de gevallen in een gewone behandeling en de gemiddelde opnamedagen zijn gezakt van 116,9 naar 14,3. Ons land scoort slecht op het gebied van medicijngebruik, terwijl er in onderzoek is aangetoond dat de arbeidsstatus van mensen met een psychose beter was bij gebruik van een placebo in plaats van neuroleptica. Er is ook een beloopstudie gedaan: Retrospectief tot 2015. 116 cliënten die een POD behandeling kregen, werden gevolgd en de meerderheid van de groep werd niet of slechts één keer opgenomen. 74% kreeg geen neurolepticum bij het eerste contact en 45% kreeg nooit een neurolepticum voorgeschreven. In 2015 waren de meeste behandelingen gestopt. De zeven principes van POD De Peer Open Dialogue gesprekken, die ook wel netwerkgesprekken of behandelbijeenkomsten genoemd worden, zijn een dialoog tussen de cliënt, zijn of haar netwerk en een POD team.

De POD behandeling is gebaseerd op zeven principes:
1. Bij een crisisgeval is er binnen 24 uur een eerste netwerkgesprek. Dit is iets wat wij nu, in de huidige behandeling, nog niet voor elkaar krijgen. Er is meestal wel binnen 24 uurcontact gelegd en een eerste afspraak gepland.
2. Er is een sociaal netwerk aanwezig. De cliënt bepaalt wie er in dat netwerk zitten, dat kunnen ouders zijn, broer of zus, vrienden, een docent etc.
3. Er is flexibiliteit en mobiliteit in tijd, plaats en inhoud. Dat houdt in dat het netwerkgesprek op elk moment kan worden gehouden en op elke plaats die de cliënt het prettigste vindt. Dus dat kan ook in de thuissituatie zijn, wat als voordeel heeft dat mensen zich daar vaak het veiligst voelen. Mocht een opname nodig zijn, dan vindt het netwerkgesprek daar plaats. De duur van het gesprek wordt bepaald door de tijd die het nodig heeft voor iedereen om alles te bespreken wat nodig is, zodat men door kan tot het volgende gesprek.
4. De leden van het netwerkgesprek nemen vanaf het eerste contact verantwoordelijkheid voor het hele proces. Dat is van wezenlijk belang, ook voor de continuïteit en het vertrouwen.
5. Er is een waarborg voor psychologische continuïteit. Dat wil zeggen dat hetzelfde team wordt gebruikt, zowel nu als bij een terugval. Cliënten zijn de wisselingen binnen een behandelteam zat en willen een duurzame relatie met hun hulpverlener(s).
6. Er is tolerantie voor onzekerheid en voor niet-weten. Er wordt geen diagnose gesteld, maar door het gesprek komt er uiteindelijk betekenis op. Dat wil zeggen dat je dus niet een gesprek voert om tot afspraken te komen, een diagnose te stellen of plannen te maken, maar dat je een dialoog voert waarin de belevingen van iedereen centraal staan. Dit blijkt in de praktijk heel moeilijk voor alle betrokkenen, maar als je leert verdragen dat je het nog niet weet komen er hele mooie dingen uit. Je laat ruimte open om een nieuwe betekenis te geven aan dat waar de cliënt zo van in de war is geraakt.
7. Dialogisme: het bevorderen van de dialoog staat voorop. Iedereen heeft daarin een stem, de cliënt, de naasten en het POD team.

Het proces van POD bestaat dus niet uit een therapeutische interventie, maar uit de emotionele uitwisseling tussen netwerkleden, inclusief de hulpverleners, die met elkaar een veilig netwerk creëren waarin de cliënt weer tot rust kan komen. Of zoals Martijn het beschrijft: we mogen getuige zijn van een verhaal dat zich ontvouwt. Door de persoonlijke invulling van alle deelnemers bouw je de communicatie tussen mensen weer op. Het doel is dus niet om iets te veranderen, maar je zorgt
er met elkaar voor dat iedereen gehoord wordt en dat je samen de dialoog openhoudt. Dat houdt ook in dat mensen die psychotisch zijn en een heel eigen taalgebruik kunnen hebben, gehoord worden in hun eigen taal. Achter een psychose zit een heel verhaal, daar zitten ervaringen in die naar buiten willen. Als je medicijnen gaat geven of een behandeling gaat afdwingen, dan stop je het weer weg. In deze dialoogvorm is het juist de bedoeling dat die bijzondere beleving de aandacht krijgt die het nodig heeft. Je probeert samen om woorden te vinden voor de ervaringen die opkomen bij psychotische symptomen. Het moeilijkste in deze behandelvorm is misschien wel het tolereren van onzekerheid. Zowel voor de cliënt en zijn/haar naasten, als voor de hulpverleners. We zijn er tenslotte op getraind om te denken in een traject van: probleemanalyse, interpretatie en het aanbieden van een oplossing of interventie. Maar in deze behandeling is jouw perspectief slechts één van de perspectieven in het verhaal. Iemand met een psychose heeft misschien een vervormde taal, maar de betekenis daarvan is net zo belangrijk! In de huidige manier van behandelen wordt vaak niet gekeken naar de betekenis van een psychose. Wat wil het zeggen? Dat je betekenis kan geven aan wat er met je gebeurt en aan de vreemde gedachten die je hebt, maakt het herstel makkelijker en je blijft ook minder zitten met vragen of onopgeloste of nog niet geduide gedachten.Een psychose wordt in deze werkwijze niet gezien als een crisis in de hersenen, maar als een dilemma en crisis van een ervaring die niet uit te drukken is. Het is een tijdelijke, radicale en beangstigende vervreemding van gedeelde, communicatieve gewoonten: een niemandsland waar ondraaglijke ervaringen geen woorden hebben en waardoor de cliënt geen stem meer heeft, noch de regie. Je helpt met de dialoogvorm om de cliënt weer een stem te geven en daarmee ook de regie weer terug te kunnen pakken. Daarom is deze vorm ook niet alleen geschikt bij psychoses, maar bij alle soorten crises binnen de GGZ.

Internationale voorbeelden
POD is langzaam over de hele wereld een plek aan het vinden. Er wordt gebruik gemaakt van POD in acute teams in Zweden en Denemarken. In Amerika wordt het toegepast in het Institute for Dialogical Practice in Massachusetts door Mary Olsen, die ook onderzoek doet. In Duitsland maken de home treatment teams er gebruik van en in Italië worden er pilots gehouden. Het Parachute Project in New York werkt met peer support en in Engeland worden op zes plaatsen pilots gehouden
met POD in samenwerking met Seikkula. Steve Pilling van het University College in Londen doet via Random Controlled Trial (RCT) onderzoek naar de uitwerking van POD in stedelijke gebieden. De pilots die in Londen werden opgezet door Russell Razzaque brachten nog meer aan het licht. Razzaque ontdekte dat bij het verdragen van onzekerheid allerlei onderliggende gevoelens en gedachten worden getriggerd van de desbetreffende persoon. Dus niet alleen bij de cliënt, maar ook bij de leden van het POD team. Deze kennis heeft hij gebruikt bij het vormgeven van een POD training. Razzaque had een eigen praktijk waar hij veel werkte met mindfulness en hij wist dat deze bewustwordingsoefeningen kunnen helpen bij het leren verdragen van onzekerheid. Ook kan het helpen bij het leren verdragen van wat een psychose of andere emotionele toestand bij jou teweeg brengt. De POD training is dan ook waardegedreven, wordt gecombineerd met mindfulness en
ontwikkeling van zelfkennis en relationele vaardigheden. Al deze vaardigheden zijn behulpzaam bij het leren kennen van jezelf en in de voorbereiding en uitvoering van de dialooggesprekken. Voordat je het gesprek ingaat is het bijvoorbeeld belangrijk om even stil te staan bij wat er in jou leeft. Want dat neem je mee in het gesprek. Ook is het belangrijk om te weten wat jouw eigen triggers zijn. Je leert je bewust te zijn van die triggers, zonder dat je deze in het gesprek hoeft te uiten. Alleen al het bewust zijn en het er laten zijn, zorgt ervoor dat je niet allerlei overdrachtdingen gaat doen, maar er oordeel-loos kan zijn. Ook leer je te kijken naar hoe het zit met je eigen netwerk? Als je je bewust bent van al deze zaken en je kan ze laten zijn, dan kan je opener zijn in het gesprek en meer aanwezig. Als je je eigen stuk helder hebt, heb je meer ruimte voor het verhaal van de ander. In de training wordt ook aandacht besteed aan trauma-sensitieve zorg; je kijkt dan naar hoe het contact binnen de leden van het netwerk is en of er misschien sprake kan zijn van een onderliggend trauma. Binnen de POD gesprekken is de expertise van de ervaringsdeskundigen onmisbaar. Door de eigen ervaring kan deze deelnemer een extra dimensie geven aan het gesprek en aan het proces.

De meerwaarde voor een hulpverlener die met deze vorm werkt is dat het werk er vaak leuker door wordt omdat je meer kan. Je kan intensiever met het netwerk aan de slag en er is ruimte voor een langer traject. Je voelt meer voldoening. Bovendien hebben vaak ook professionals een trauma opgelopen bij het uitoefenen van separatie of fixatie en dat gebeurt bij deze manier van behandelen niet.

Samenvatting in 12 elementen
De belangrijkste onderdelen van de POD gesprekken kunnen worden samengevat in twaalf elementen:
1. Er zijn altijd twee (of meer) POD teamleden in een behandelbijeenkomst. Dat is belangrijk omdat soms ook een cliënt of netwerk meteen een oplossing wil en verwacht dat jij als hulpverlener een beslissing neemt. Als je dan met meerdere bent kan je elkaar helpen om daar samen een weg in te vinden. Ook kan je samen ervoor zorgen dat iedereen aan het woord komt.
2. Familie en sociaal netwerk nemen deel aan de bijeenkomst en worden uitgekozen door de cliënt met de vraag: wie wil jij erbij hebben?
3. Er wordt gebruik gemaakt van open vragen
4. In het gesprek sluit men aan bij de bewoordingen van de cliënt
5. In het gesprek wordt het huidige moment benadrukt, waardoor je er met je gevoel bij kan blijven en er heling plaats kan vinden.
6. In het gesprek worden meerdere perspectieven uitgelokt, bijvoorbeeld die van mensen uit het verleden of anderen die er niet fysiek bij zijn. Er wordt niet geoordeeld, maar de meerstemmigheid biedt meerdere perspectieven op de situatie.
7. In de dialoog ligt de focus op de onderlinge relaties. Het is belangrijk dat daar altijd ruimte en belangstelling voor is.
8. Er wordt normaliserend gereageerd op (probleem) gedrag; dat wat gebeurt, hoe raar ook, is geen probleemgedrag, maar een normale reactie op een vreemde situatie en heeft altijd betekenis.
9. In het gesprek worden iemands eigen woorden en verhaal gebruikt, in plaats van de symptomen.
10. Het gesprek tussen hulpverleners, over de situatie, vindt altijd plaats tijdens de behandelbijeenkomst. Je spreekt als hulpverlener dus niet na het gesprek met elkaar over de cliënt en de situatie, maar al tijdens de bijeenkomst. Dit wordt reflectie genoemd. Het is namelijk gebleken dat je dan met meer respect spreekt over de deelnemers en de situatie. Bovendien kan het netwerk zichzelf terug horen door jouw reflectie, alsof ze in de spiegel kijken. Dat kan heel verhelderend werken. Een ander voordeel is dat het netwerk meteen kan reageren. Ook wekt deze manier van werken veel vertrouwen en weet iedereen dat wat besproken wordt, binnen de groep blijft. In de reflectie bespreek je ook je eigen twijfels en gedachten, bijvoorbeeld over de noodzaak van medicatie of opname. Wel is het mogelijk om op een ander moment met iemand te spreken over wat het gesprek bij jou triggerde. Je praat dan bijvoorbeeld over de onrust die je zelf ervoer, maar niet over de inhoud van het netwerkgesprek, want dat bespreek je binnen het netwerk.
11. Er is ultieme openheid in het gesprek: ook in het bespreken van de behandeling en medicatie. De hulpverleners spreken dan hun ideeën uit in het netwerkgesprek, waarna er met elkaar over wordt gepraat; wat betekent dat voor een ieder en hoe staat iemand daar tegenover?
12. Onzekerheid wordt door iedereen gedoogd (tolerating uncertainty). Je helpt elkaar met het verdragen van de onzekerheid. Niemand weet wat een gesprek gaat opleveren. Ook in de reflectie (terugkoppeling als hulpverlener) stel je dingen voor of vertel je wat iets met je doet, zonder te weten wat er vervolgens gaat gebeuren. Dat kan onzekerheid veroorzaken. Dat kan je bespreken met elkaar en samen kijk je naar een manier waarop iemand dat kan leren verdragen. Als hulpverlener is het moeilijk om niet meteen in te willen grijpen, dat ben je gewend. Maar als je mensen niet kent, moet je eerst beginnen met het stellen van open vragen en je realiseren dat je ook niet alles weet. Meteen ingrijpen geeft slechts een
schijngevoel van zekerheid.

Kernzinnen van Peer supported Open Dialogue

“Nothing about us without us”

Openheid blijft moeilijk, maar uiteindelijk zie je dat mensen alleen maar andere mensen willen ontmoeten. Niet een psychiater, maar een mens die het soms ook even niet meer weet.

“You need to start to be a fellow human being”

POD veronderstelt een oordeel-loos kunnen omarmen van alles wat zich aandient en dat is heel moeilijk. Je wilt soms uit de situatie, maar je moet er bij blijven. Als jij dat al niet kan, hoe moet het
netwerk dat dan kunnen?

“It's simple but not easy”Panelgesprek

Het panel bestaat uit:
Jeanne Kuijer, dochter van en moeder van een cliënt van de GGZ. Actief binnen Ypsilon en zelf net afgestudeerd therapeut.
Martijn Kole, spreker van de lezing, ervaringsdeskundige, adviseur RvB Lister en directeur Enik Recovery College.
Sylvia Buizer, ervaringsdeskundige.
Annemarie van Dam, psychiater bij Mentrum en manager. Veel ervaring in de crisisdienst.
Naomi de Rooy, ondersteuner Cliëntenraad en ervaringsdeskundige.

Wat is jullie eerste reactie op deze vorm van behandeling?
Jane: Tijdens de crisis van mijn zoon was ik als moeder vooral lang bezig om hulp aan te bieden, die hij niet aannam. Als dan de crisis een feit is, is er eigenlijk geen overleg meer mogelijk en dat heb ik erg moeilijk gevonden. Binnen POD lijkt dat wel mogelijk.
Annemarie: Ik was als manager en als psychiater al overtuigd van de waarde van POD. Ik heb een werkbezoek bij MET gehad en een workshop gevolgd en ik ben om. Hoe langer je werkt als psychiater, hoe meer je je realiseert wat je allemaal niet weet en hoe vaker je dus ook onzekerheid moet leren verdragen. In de workshop kon ik goed voelen wat vooral de gelijkwaardigheid in het contact, de essentie voor mij van deze behandelwijze, met me deed. Normaliter heb je een gesprek, dan stap je er uit, heb je overleg, en daarna ga je met een plan weer het gesprek in. Nu heb je een gesprek met een netwerk dat je erbij betrekt en zoek je de verbinding met alle leden van dat netwerk. De meerwaarde van de aanwezigheid van een professional is, dat je erop bent getraind om tijdens een gesprek verschillende sporen tegelijk te laten meelopen. Er is het spoor van mezelf als mens, maar ook dat van een psychiater en in mijn achterhoofd altijd het spoor van: wat willen we bereiken? Die manier van denken loopt dus mee in het gesprek en dat heeft een meerwaarde.
De interventie van het reflecteren binnen het netwerkgesprek is heel krachtig. Door het in de vorm van een reflectie te doen, kan je zeggen: “Ik zit te denken aan…”, of, “Zou het …”. Daarmee creëer je meer ruimte en klinkt het ook minder direct en van boven af. Vooral het gelijkwaardige contact is hierin zo belangrijk.
Naomi: Mijn werk in de Cliëntenraad is vooral gericht op het bevorderen van het weer zelf in handen nemen van de regie. Ik word hier dus heel enthousiast van. In een training over Geweldloos Communiceren die ik laatst deed, kwam naar voren dat het belangrijk is dat je het niet over je gedachten hebt, maar over je gevoel. Daar doet dit me aan denken. Al mijn psychoses hebben namelijk een betekenis gehad, maar dat is nooit besproken. Ik voelde heel veel in die tijd en dat dat onbesproken bleef heeft me veel gedaan. Ik heb er wel veel over geschreven toen. Ook over een situatie die zich voordeed tijdens mijn psychose die te maken had met mijn broer. Naderhand is er nooit met ons gesproken over wat dat met ons allemaal heeft gedaan. Alles wat ik toen heb opgeschreven, al mijn gedachten van toen, snap ik nu nog steeds heel goed. Als we er toen over hadden kunnen praten, had dat volgens mij heel helend kunnen werken.
Sylvia: Dit herken ik, de behoefte om in een gesprek betekenis te geven aan wat er gebeurt, dat is mooi. Ik miste vooral het gelijkwaardige tijdens mijn behandeling. Met elke nieuwe psychiater die er kwam voelde ik me weer zo gespannen.
Jane: Ik vond het heel moeilijk dat ik dingen moest vertellen aan een behandelaar die mijn zoon mij in vertrouwen had gezegd. In een netwerkgesprek was dat niet nodig geweest en had ik ook niet aan een grote tafel gezeten met allemaal coassistenten. Dat voelde als heel vernederend.
Sylvia: Vaak werd me iets gevraagd en dan gaf ik antwoord, maar dan vroegen ze niet door. Bijvoorbeeld ook bij zelfmutilatie. Ze praatten dan over hoe ze het op wilden lossen, maar ze vroegen niet naar het waarom.
Martijn: Een van de dingen die je leert is om aanwezig te zijn in het gesprek. Door open te staan voor jezelf, kan je ook openstaan voor de ander. Dat wat niet wordt gezegd is meestal het belangrijkste. Daar is mindfulness ook belangrijk voor.

Vragen en reacties uit het publiek:
• De grote visites in het AMC zijn er nog steeds, 'Theatrum anatomicum'. Antwoord: Dit is bedacht als systeem voor mensen die het vak willen leren, maar is inderdaad niet fijn. We weten nog niet hoe we dat anders kunnen doen.
• Als ouder van kinderen die zijn opgenomen; het verhaal van Martijn is me uit het hart gegrepen. Ik werd als vader niet bij de behandeling betrokken, terwijl de kinderen nog bij mij woonden.
• Psychiater Sara: Juist in een crisissituatie hebben ook de cliënt en zijn omgeving behoefte aan duidelijkheid. Hoe moeten zij omgaan met die onzekerheid? Reactie Martijn: Je gaat elkaar helpen om die onzekerheid te verdragen. Het is vaak te vroeg voor duidelijkheid, maar je kan ze wel helpen om met de onzekerheid om te gaan en je maakt ze duidelijk dat jullie samen groeien in het zoeken naar een antwoord. Je neemt de angst van mensen heel serieus en je kijkt naar hoe iemand de angst kan verdragen. En je legt ook je eigen angst eerlijk op tafel. Als je ruimte biedt komen de heftigste emoties vaak al wat tot rust. Je legt als psychiater ook op tafel wanneer je vindt dat ergens iets aan moet gebeuren, bijvoorbeeld
een opname of medicatie.
• InGeest is met deze behandeling begonnen en er vindt een hele omslag plaats bij de medewerkers. Geen diagnose vraagt om leren verdragen. Het hoeft niet meteen opgelost te worden. Deze instelling geeft ook meer ruimte voor empathie.
• Vraag voor Annemarie: De toegevoegde waarde voor de professional zit hem toch ook in het deel uitmaken van een betekenisgevingsproces? Antwoord: Ja, het betekenis geven in een crisis is belangrijk, maar ik heb daar nog niet veel ervaring mee. Maar wat ik er tot nog toe van heb gezien, werkt het heel goed en helend.
• Volgens mij is er een verschil in diagnosticeren en classificeren. Diagnosticeren is het met elkaar komen tot een beschrijvende diagnose van wat er aan de hand is. Classificeren is vooral nuttig voor wetenschappelijk onderzoek en gewenst door de zorgverzekeraar. Dus dat heeft het oude diagnosticeren, in de oude betekenis, wat verdrongen. Antwoord: Ja, dat is zeker waar, maar ondanks dat heeft ook diagnosticeren in dit proces geen betekenis.
• Jane: Bij mijn kind kwam er een soort kortsluiting in zijn hoofd die niet bespreekbaar was. In een netwerkgesprek zou dat wel bespreekbaar zijn geweest, daarmee krijgt het en geeft het betekenis. Waar POD volgens mij voor staat is dat als je psychotisch bent je een andere taal spreekt die niemand begrijpt. Door POD word je wel gehoord en serieus genomen. Ook denk ik dat de reflectie in zo'n gesprek heel belangrijk is en helend kan werken. Volgens mij is de psychiatrie gewend om met je hoofd te begrijpen wat je in je hart voelt. POD gaat uit van je gevoel en dat is wat je leert in therapie.
Laatste vraag van deze lezing: Is dit haalbaar in de praktijk? Annemarie: Als we dit willen, kunnen we minimaal een pilot doen. Machteld Ploeg (directeur bedrijfsvoering Mentrum en SPA Mentrum en toehoorder, door Maaike gevraagd naar haar reactie hierop): Ja, maar ik wil graag weten wat er verder nodig is. Ik hoor graag meer. Het aanwezige personeel in de zaal geeft te kennen dat zij wel willen en ook Annemarie zegt: ik ben voor. Dus laten we onderzoek doen naar wat er nodig is voor een pilot.
Machteld: Welke verandering is daar voor nodig? Welke regelgeving hoort daarbij. Ik zou wel een werkbezoek willen afleggen en zien hoe ze dat bijvoorbeeld aanpakken met het plannen van de roosters. Wat is er nog meer nodig?
Annemarie: Ik denk dat we moeten onderzoeken naar wat je praktisch moet regelen: teamopbouw, agenda's beheren, regels met de zorgverzekeraars, het werken buiten kantoortijden etc.
Naomi: Ik denk dat dit heel goed zou werken. Ik denk dat als ik deze benadering toen zou hebben gehad, ik veel sneller hersteld zou zijn. Ik heb veel te danken gehad aan een vasthoudend en liefdevol netwerk. Ik kan nu ook mijn broer helpen die dezelfde problemen heeft. De gelijkwaardigheid en de interesse in de beleving van de cliënt en van het netwerk is zo belangrijk. Daar interesse voor hebben voorkomt trauma's bij zowel de cliënt als de naasten. Jane: Werkbezoek doen is heel goed, maar ik vind ook dat teveel zorg steunt op de inzet van vrijwilligers. Er moeten meer betaalde krachten komen. Sylvia: Bij LIZ zou deze manier van werken niet goed toepasbaar zijn, denk ik. Vanwege de
complexiteit en verscheidenheid aan klachten, daar zitten bijvoorbeeld ook mensen die gedwongen zijn opgenomen. Dus begin met de pilot niet te moeilijk.

Maaike: Ik hoop dat we met deze middag iets op gang hebben gebracht. Zodat we kunnen gaan onderzoeken wat we nodig hebben om een pilot te kunnen starten.


Verslag: Hansje Cozijnsen
5 juli 2018.

Voor meer informatie over de onderwerpen die zijn genoemd in de lezing van Martijn:
• Het project Redesigning Psychiatry: http://www.redesigningpsychiatry.org/
• Filmpje over Redesigning Psychiatry: https://vimeo.com/171953589
• Werkplaats Herstelondersteuning: www.herstelondersteuning.nl. Twitter: @fsherstel
• Video: POD conference 2016 Highlights (8min40): https://www.youtube.com/watch?v=AxGPcSPR04c
• Volg POD Nederland op twitter: @PODNL

10 oktober 2018

arkin.nl