Verslag Kerstsymposium 2017 'Tijdloze zucht'


Tijdloze zucht

Verslavingsproblematiek bij jeugd en 55+

Ook dit keer weer een thema waar wij de organisatie mee willen inspireren om het nieuwe jaar mee aan de slag te gaan. Het kerstsymposium van de Cliëntenraad Arkin met boeiende gasten was een succes. Hiervan is een verslag gemaakt.

Kerstsymposium van Arkin Cliëntenraad 14 december 2017
in het Polanentheater.
“Tijdloze zucht” Verslavingsproblematiek bij jeugd en 55+.
“We are all addicted to something that takes away the pain”


Op een grijze winterdag ga ik naar het Polanentheater voor het kerstsymposium van de cliëntenraad.
Bij binnenkomst staan er een lekkere pan soep en verschillende broodjes klaar. Mensen worden enthousiast begroet, waarna er onderling gezellig gepraat wordt. Ik zit al in de zaal als de mensen binnenkomen. Op het scherm wordt een filmpje vertoont met muziek van de rapzanger Lil Kleine, blijkbaar een hit onder de jeugd van de lagere school leeftijd. Ik schrik wat als ik de tekst hoor: als je bitch wil chillen/ dan kom ik langs/ ik ben niet alleen/ ik heb drank en drugs/ik heb drank en
drugs. Daarna wordt er een nummer gedraaid van Stef Bos, duidelijk refererend aan de wat ouderen onder ons. Het liedje heet “De eenzaamheid” en hij zingt: ze lacht en drinkt teveel. In een notendop worden zo de doelgroepen van vandaag voorgesteld.


Maaike Riemersma, Bureaumanager Cliëntenraad Arkin, opent de dag met een korte inleiding. Jeugd en ouderen hebben veel gemeen, vertelt ze, beiden hebben te maken met problemen van eenzaamheid en uitsluiting en proberen dat te compenseren met pret maken en daar hoort vaak alcohol bij en roken. Ze hebben ook gemeen dat ze moeilijk te bereiken zijn voor de hulpverlening en dat ze zich beiden vaak niet bewust zijn dat er een probleem is. Verschillen zijn er ook. Bij de jeugd is er bijvoorbeeld sprake van binge-drinken (veel drinken in korte tijd) en het gebruik van drugs. Bij ouderen is dan weer het probleem dat er een groot taboe rust op alcoholverslaving en er is een extra gevaar; namelijk het gelijktijdig gebruik van medicatie. Ook denken ouderen vaak dat het nu geen zin meer heeft om nog iets aan de verslaving te doen, omdat ze al te oud zouden zijn. Na de bekendmaking van dit symposium viel het Maaike op dat er ineens veel stukken in de media
verschenen over deze problematiek. Zo verscheen er een artikel in Trouw (30 november 2017) waar ook Wim van Dalen, die zo gaat spreken, werd geïnterviewd. In dit artikel stond onder meer dat de comazuiper steeds vaker een eenzame oudere is. Ook in Saar (het blad voor 55 plus) werd er over geschreven. Een journaliste vertelde daarin dat ze op een feestje waar geen alcohol werd geschonken, al na vijf minuten naar huis wilde. Waarom drinken mensen? Is het uit verveling of uit
eenzaamheid? Uit al deze artikelen blijkt dat het ons allemaal kan gebeuren en dat drank haast niet meer weg te denken is uit onze maatschappij. Voor de lezing van Wim van Dalen vraagt Maaike nog aan de voorzitter van de Cliëntenraad, Chris
Maagd, naar zijn ervaringen. Hij heeft ook last gehad van een alcoholverslaving. Hoe doet hij dat met de Kerstdagen? Chris: ”Dat is even wennen, het is drie jaar geleden dat ik mijn eerste alcoholvrije kerst had. Mijn familie wilde eerst solidair zijn en helemaal geen alcohol schenken, maar dat wilde ik niet. Het wordt dan zo'n olifant in de kamer. Ik ben er nu aan gewend en ik wil niet dat de rest steeds maar rekening met me houdt. Ik moet dit zelf doen. Ik regel het zo voor mezelf zodat ik altijd weg kan. En dan heb ik een leuke avond en een veel leukere ochtend dan de meesten.” Voor Chris werkte de Jellinek aanpak heel goed, maar al tijdens zijn behandeling is hij op zoek gegaan naar wat hem daarna kon helpen. Zo heeft hij een clubje opgericht met lotgenoten die elkaar nog steeds om de week zien. Hij heeft na de behandeling ook contact gehad met een coach van de Regenboog en daar heeft hij veel aan gehad. “De meerwaarde ligt hem erin dat de coach een ervaringsdeskundige is, dan praat je makkelijker over bepaalde onderwerpen dan met je partner of familie. Zij hebben in hetzelfde schuitje gezeten en daar heb je veel aan”, aldus Chris. Hij ziet uit naar deze middag en die is voor hem geslaagd als
hij wat kan leren over de overeenkomsten van de groepen en hij staat altijd open voor nog wat tips en trucs om het leven makkelijker te maken.


Lezing: Wim van Dalen, directeur van STAP (Nederlands Instituut voor alcoholbeleid) Van Dalen is tevens voorzitter van het Europees Centrum van alcohol marketing en secretaris van de Vereniging van Drank- en Horecawet Inspecteurs (NCDI).
In NRC zegt hij dat er onvoldoende wordt gedaan aan alcoholverslaving in Nederland en dat het vaak blijft bij symptoombestrijding. Vanuit de overheid heb je daarin een andere verantwoordelijkheid, vindt hij. Zijn organisatie werkt met het WHO beleidsadvies en pleit ervoor om het moeilijker te maken om alcohol te verkrijgen; er moet een minimumprijs komen en er moet een verbod komen op alcoholreclame en sponsoring. STAP werkt samen met verschillende organisaties zoals Jellinek, Iriszorg, Windesheim, Victas e.a. Samen hebben zij een alcoholmanifest geschreven waarin de bovengenoemde punten worden uitgewerkt.
Cijfers
Het totale gebruik van alcohol in Nederland neemt langzaam af, na een enorme stijging van 300% in de jaren zestig tot tachtig. Maar in bepaalde groepen neemt het toe, zoals onder jongeren en ouderen.
In Nederland worden er per jaar 25 miljoen glazen bier, wijn en gedestilleerd gedronken. 80% van de inwoners drinkt, slechts 20% drinkt niet, of niet meer. Het alcoholgebruik van jongeren onder de 16 is ook wat afgenomen, maar 72% van de jongens drinkt tegenover 67% van de meisjes. Het binge-drinken is niet afgenomen in de leeftijd van 13-16 jaar. De gemiddelde leeftijd waarop wordt begonnen met drinken is nu 13.2 jaar. Er zijn meer jongeren die niet drinken, maar het aantal
jongeren dat veel drinkt neemt niet af. Van de 17-jarigen doet 72% aan binge-drinken en een op de vier drinkt meer dan 10 glazen per week.
Dat alcohol een groot probleem is bewijzen ook de volgende cijfers. Zo waren er in 2016 16.300 mensen die naar de SEH (eerste hulp) werden gebracht met verwondingen, of na ongevallen die in verband stonden met het gebruik van alcohol. De grootste stijging was in de leeftijdsgroepen 18-24 jaar en bij 55+-ers. Vijfduizend ouderen werden met letsel, veroorzaakt na gebruik van alcohol, geholpen via de huisarts. 650 ouderen hebben een alcoholvergiftiging opgelopen, drie keer zoveel
als 10 jaar geleden. In 2013 bedroegen de zorgkosten voor alle gevallen die in verband stonden met alcohol 1,3 miljard. Het is niet alleen een jongerenprobleem, maar ook een ouderenprobleem. Van Dalen: “We hebben vooral de wapens in handen voor de leeftijdsgroep van 25 tot 55 jaar, nu moeten we alleen nog de wapens gaan ontdekken en inzetten voor de andere groepen.”

Politiek
Staatssecretaris Paul Blokhuis (Christen Unie) zei in een reactie op het gebruik van alcohol dat “mensen oud en wijs genoeg zijn” en dat weerspreekt Van Dalen. “We moeten ze bereiken met informatie en campagnes die speciaal gemaakt zijn voor ouderen. De staatssecretaris heeft nog weinig idee wat te doen aan alcoholbeleid.” Maar hij heeft in het verleden goed samengewerkt met de CU en heeft goede hoop dat ze ook in de toekomst goed door een deur zullen kunnen. “Het NRC vermeldde dat 'de gewoontedrinker op leeftijd is gekomen' en dat merken we ook in de praktijk. Veel ouderen zijn opgegroeid met sociaal drinken en weten weinig van de risico's”, aldus Van Dalen. Ook wordt er onderzoek gedaan naar de invloed van reclame op ouderen. Dat is dus waar de campagnes op gericht moeten zijn. “We moeten voorlichting geven over de gevaren van alcohol. Dan gaat het niet alleen om wat de drinker anderen aandoet, zoals seksueel- en huiselijk geweld en de ongelukken in het verkeer. Maar ook over wat de drinker zichzelf aandoet. Inmiddels is bijvoorbeeld bekend dat alcohol kanker veroorzaakt in o.a. mond, slokdarm, dikke darm, lever en borst. Uit onderzoek blijkt dat slechts een op de tien mensen op de hoogte is van de relatie tussen alcohol en borstkanker. Het KwF Kankerbestrijding is op de hoogte, maar voert hierop nog geen actieve actie. Er zijn elk jaar 2.900 nieuwe gevallen van alcoholgerelateerde kanker, een derde daarvan is borstkanker.”

Reclame
Veel volwassenen drinken veel meer dan het advies van 1 standaardeenheid per dag. Grofweg de helft van de omzet van de alcoholindustrie komt van schadelijk drinken. Ongeveer 20 tot 30% van de drinkers is verantwoordelijk voor 80% van de alcoholconsumptie. De baten voor Nederland zitten hem in de accijnzen waarmee de schatkist ruim 1 miljard euro per jaar verdient en de verdiensten voor de verkopers liggen rond de 7 miljoen, alleen in Nederland! Dus de alcoholindustrie heeft heel wat te winnen bij de verkoop van alcohol en zet dan ook al het geschut in. Door te lobbyen in de politiek bijvoorbeeld, maar vooral ook door reclame. De industrie geeft wereldwijd 1.000 miljard dollar uit aan reclame voor alcohol! Uit onderzoek blijkt dat reclame voor alcohol de leeftijd vervroegt waarop jongeren gaan drinken en het zorgt ervoor dat mensen meer gaan drinken. De alcoholreclame stimuleert craving en dat wordt een groot probleem als je je realiseert dat jongeren gemiddeld met vijf reclame-uitingen per dag te maken krijgen. In Frankrijk hebben ze vanaf 1991 bij wet vastgelegd dat de reclame zich aan bepaalde codes moet houden. Alleen in Noorwegen is het beleid nog strenger. In Nederland zijn we nog niet zover.
Reclame komt voor in alle traditionele media zoals via sponsoren, billboards, TV, in de bioscoop en in tijdschriften, maar ook in de sociale media hebben ze inmiddels hun plek gevonden. Zo zijn ze aanwezig op Facebook via persoonlijke posts, blogs, forums et cetera. Finland is nu het eerste land dat wetgeving heeft gemaakt voor het gebruik van reclame op sociale media.
STAP probeert via het indienen van klachten bepaalde schadelijke reclames te stoppen. Zoals recentelijk bijvoorbeeld een klacht tegen Heineken, maar dat is heel moeilijk. De reclames zijn heel slim bedacht en dat de regels worden overtreden is moeilijk te bewijzen. De alcoholindustrie zegt dat reclame niet schadelijk is, maar alleen de consument helpt bij het kopen van producten. Maar onderzoek wijst uit dat reclame een directe link heeft met het aansturen van craving. Als alcoholreclame verboden zou worden zou dit de trekrespons direct verminderen.

Aanbevelingen
Van Dalen beëindigt zijn lezing met de volgende beleidsaanbevelingen van STAP:

  • introduceer een minimumprijs
  • beperk de beschikbaarheid
  • verbied alcoholreclame (net zoals is gedaan binnen de tabaksindustrie)
  • besteed extra aandacht aan kwetsbare jongeren en ouderen met alcoholproblemen.

STAP wil graag bewustwordingscampagnes voeren en ze willen meer onderzoek doen naar de relatie tussen geweld en verkeersongelukken en alcohol. Ook maken ze zich sterk om de wet aan te passen volgens de bovenstaande aanbevelingen. Graag willen ze daarom budget om dit uit te voeren en willen ze positieve alternatieven stimuleren, zoals bijvoorbeeld de landelijke actie “Ik pas”, waarbij mensen gaan ontdekken wat het met ze doet als ze een maand lang niet drinken. Ter afsluiting wil hij graag van Wencke de Wildt weten of de instellingen bereid zijn zich te scharen achter de initiatieven van STAP en ook landelijk de nek uit te steken om dit samen voor elkaar te krijgen.

Lezing: Wencke de Wildt, directeur van Jellinek
Om te beginnen een antwoord op Wim van Dalen: Ja, Jellinek is bereid om STAP te steunen, ze zijnook een van de samenwerkende partners die het alcoholmanifest hebben ondertekend. Het is inderdaad erg belangrijk om je uit te spreken over onderzoek, beleid en preventie. Wencke begint haar lezing met te zeggen dat deze onvolledig zal zijn. Dit is een te groot onderwerp en alles wat ontbreekt kunnen we zelf invullen. Na deze disclaimer vervolgt ze dat ze graag iets wil zeggen over de overeenkomsten en verschillen tussen de doelgroepen jong en oud. De overeenkomsten zijn dat ze moeilijk bereikbaar zijn, veel vrije tijd hebben en gevoeliger zijn voor de effecten van genotsmiddelen. De verschillen zitten hem in het type middel dat de groepen het liefst gebruiken, dat jongeren in tegenstelling tot ouderen trendgevoeliger zijn en dat de aantallen verschillen. Daarover later meer.

Cijfers
In de verslavingszorg in Nederland melden zich 64.821 gevallen per jaar. Daarvan ligt de gemiddelde leeftijd op 42, maar die is aan het stijgen naar 45-50 jaar. De groep jonger dan 25 jaar bestaat uit 13%, de groep 55+ uit 19%. Alcoholverslaving is met 45% de grootste, gevolgd door cannabis met 17%. Jongeren gebruiken vooral cannabis (38% van de 10.816 jongeren die hulp zoeken), daarna komt alcohol. Ouderen gebruiken vooral alcohol (28% van de 29.374) en daarna komen opiaten zoals heroïne. De mensen die heroïne gebruiken zijn een stabiele groep die steeds kleiner wordt en ouder. Overige trends bij jongeren zijn GHB (23% van de gebruikers is jonger dan 25 jaar), dat overigens ook een stijgende trend is onder jongeren boven de 25. Ook benzodiazepinen worden veel gebruikt, binnen een totaal van 850 zijn vooral vrouwen met 45% rijk vertegenwoordigd. De leeftijdsverdeling bij dit middel blijft redelijk constant. Als laatste is internetgamen een verslaving
die aandacht behoeft, van de 500 aanmeldingen voor hulp bestaat deze groep voor 82% uit jongeren en verder valt op dat dit, met 92% van de aanmeldingen, vooral mannen treft.

Jongeren
Wencke laat ter illustratie een filmpje zien waarin kinderen in een kamertje zitten en een marshmallow krijgen aangeboden. Ze krijgen de boodschap dat als ze kunnen wachten met het opeten van deze marshmallow, ze er nog een krijgen. Als ze de eerste meteen opeten, krijgen ze geen tweede. Dan worden de kinderen alleen gelaten en geobserveerd. De meeste kinderen eten, met heel veel moeite, de marshmallow niet meteen op. Maar ze frutselen eraan, ze likken eraan, nemen soms hele kleine hapjes, maar ze wachten tot ze een tweede krijgen. Een meisje eet de marshmallow meteen op. Dit filmpje toont hoe kinderen zichzelf al dan niet weten te reguleren. Zelfregulatie is bij kinderen enorm belangrijk en de mate waarin ze dit leren, is vaak een indicatie van hoe vatbaar ze later zijn voor verslavingen. Zelfregulatie wordt bepaald door genetische factoren, maar ook door omgevingsfactoren. Belangrijk om te weten is dat middelengebruik bij jongeren invloed heeft op de
ontwikkeling van de zelfregulatie. Dus hoe jonger ze beginnen, hoe meer de ontwikkeling van zelfregulatie in het geding komt en hoe groter de problemen later, met onder meer verslaving. Bij de meeste jongeren gaat het na een periode van experimenteren vanzelf goed, maar soms ook niet. Bij oudere verslaafden blijkt vaak dat de wortels voor de verslaving liggen in de adolescentie. Middelengebruik in deze periode kan trouwens ook nog een escalerende werking hebben op het
ontstaan van andere psychische problemen.

Er zijn bij jongeren grofweg twee routes naar verslaving te zien:

  • De snelle route: deze jongeren (vaak jongens) zijn al vroeg 'boefjes' en het gebruik begint ook vaak al op jonge leeftijd. Hun beloningssysteem is zeer gevoelig en de langetermijndoelen worden onbelangrijk. Een relatief groot aandeel heeft, in vergelijking met de groep uit de langzame route, een genetische component die ze extra gevoelig maakt voor verslaving.
  • De langzame route: dat zijn jongeren die een aanleg hebben voor negatieve gevoelens en gerelateerde problemen, zoals angst en depressie. Vaak is er een verband met extreme stress in de kindertijd en de verslavende middelen verlichten dan hun problemen.

Wat werkt bij jongeren?
In 45 studies is een vergelijking gemaakt tussen geen behandeling geven of een behandeling geven bestaande uit een van de volgende vormen:

  • motiverende gespreksvoering
  • cognitieve gedragstherapie
  • contingentie management
  • community reinforcement approach
  • vormen van gezinstherapie zoals MST, MDFT of algemene gezinstherapie.

Uit dit onderzoek blijkt dat de meeste interventies effectiever zijn dan geen therapie, maar dat er geen duidelijk verschil is tussen de verschillende vormen van therapie. Ook blijkt dat er maar beperkte mogelijkheden zijn voor farmacotherapie.
In Nederland is ook een onderzoek gedaan naar twee vormen van therapie bij cannabisgebruik, te weten: cognitieve gedragstherapie (CTG) en de langere en intensievere gezinstherapie (MDFT). Beide zijn effectief. Maar bij oudere adolescenten zonder andere psychische klachten is cognitieve therapie, die dus korter duurt, effectief gebleken, terwijl bij jongeren met meerdere psychische klachten (comorbiditeit) de intensievere gezinstherapie beter werkt. Dit onderzoek onderstreept het
belang van personalised medicine (aanbieden wat in die situatie en voor dat individu het beste werkt).

Comorbiditeit
Dit betekent het gelijktijdig aanwezig zijn van verschillende aandoeningen of stoornissen. Bij jongeren is dit eerder regel dan uitzondering. Er is in deze groep een drie tot vier keer verhoogd risico op suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Bovendien bemoeilijkt het de behandeling. Helaas wordt er in de praktijk nog te weinig aandacht aan besteed. De jeugdhulp zet bijvoorbeeld in op het behandelen van ADHD, maar screent niet voldoende op middelengebruik waardoor dat
onbehandeld blijft. De verslavingszorg daarentegen zet in op de behandeling van het middelengebruik, maar screent niet op het aanwezig zijn van andere psychische problematiek zoals ADHD. De geïntegreerde behandeling moet dus beter.

Beter doen
Vanuit de praktijk kunnen we verder nog stellen dat we een aantal dingen beter kunnen doen zoals:

  • een effectieve behandeling uitvoeren op de manier zoals die bedoeld is;
  • het bereik vergroten van preventie en behandeling;
  • de ouders voorlichten en betrekken bij de behandeling;
  • de herkenning van middelengebruik in de jeugdhulp bevorderen.

Ouderen
Bij ouderen ligt de verslavingsproblematiek vooral bij het alcoholgebruik. Dit is extra riskant voor ouderen, omdat zij over het algemeen al minder lichaamsvocht hebben, de lever en nieren al minder goed functioneren en zij sneller schade krijgen aan de organen. Ook gebruiken zij over het algemeen meer medicatie, wat weer schadelijk kan zijn in combinatie met alcohol. Bovendien heeft alcoholgebruik een negatief effect op het cognitief functioneren en is er een hoger risico op valincidenten.
Ouderen hebben meer vrije tijd en genoeg geld om alcohol te kunnen kopen. De meeste 55-plussers gaan minder drinken naarmate ze ouder worden, maar er is een kleine groep die juist meer gaan drinken. Deze groep dronk al veel en bij 70% van de 55-plussers is hun problematiek dan ook al begonnen voor hun 55e. Veel ouderen zijn niet op de hoogte van de nieuwe onderzoeken die zijn gedaan en denken dat alcohol niet veel kwaad kan. Zij weten niets van de nieuwe richtlijnen van
maximaal 1 standaardmaat alcohol per dag. De risicogroepen bij ouderen zijn degene met een ongezonde levensstijl, jonge ouderen, ouderen die medicatie gebruiken en/of die een ingrijpende gebeurtenis meemaken zoals ziekte, overlijden van de partner of stoppen met werken. Ze zijn moeilijk te bereiken en ze zoeken vaak geen hulp omdat ze zich schamen, opzien tegen het stoppen met drinken (wat zij vaak nog als een sociaal gebeuren zien) en ze vinden het soms ook de moeite
niet omdat ze toch al oud zijn. Hulp wordt nog wel gezocht als de naasten of de huisarts erop aandringen of als er lichamelijke problemen ontstaan. De naasten zijn in deze groep erg belangrijk.
Zij hebben vaak als eerste veel last van het drankprobleem. Er is voor hen ook een evidence based programma op internet te vinden: CRAFT. Dat is een programma waarmee naasten manieren leren om de verslaafde te helpen met minder drinken.

Behandeling
In de Jellinekkliniek in Utrecht is een speciale behandeling voor ouderen gestart. Het is een cognitieve gedragstherapie die is aangevuld met onderwerpen die speciaal voor ouderen van belang zijn. Deze therapie heeft naast de reguliere therapie als extra's: leeftijdsspecifieke onderdelen, twee maal per week 5 uur behandeling, lotgenotencontact en zes maanden nazorgsessies. Uit onderzoek blijkt dat deze aangepaste vorm goed aanslaat en dat ouderen van deze behandeling meer profiteren
dan van een reguliere behandeling.

Conclusie
In de toekomst is het belangrijk dat we ouderen beter gaan bereiken. Hoe eerder de problematiek (h)erkend wordt, hoe beter het is voor de behandelmogelijkheden. Een korte behandelinterventie kan dan al voldoende zijn. Verder is het van belang dat de partners erbij worden betrokken, dat het stigma verminderd wordt en dat de doelgroepspecifieke behandeling wordt doorontwikkeld.

Vragen uit het publiek aan Wim van Dalen en Wencke de Wildt

  1. In hoeverre kan je bijvoorbeeld Heineken voor de rechter dagen (zoals ook gebeurt met sigarettenfabrikanten)? Antwoord: in principe ja, misschien over tien jaar. Het is moeilijk inzichtelijk te maken dat drank alleen, tot kanker leidt. En de industrie ondergraven de onderzoeken naar drank en sigaretten vaak met eigen onderzoek, dat dan weer het tegengestelde of een minder ernstige variant als uitkomst heeft.
  2. Waarom wordt Korsakov niet genoemd in de lezing over ziekten die alcohol gerelateerd zijn? Antwoord: de lezing is natuurlijk onvolledig, er zijn meerdere ziekten die een directe relatie hebben, het voert voor nu te ver om ze allemaal te benoemen.
  3. Waarom is het zo moeilijk om de groepen te bereiken? Antwoord: de huisarts vindt het lastig om door te vragen naar middelengebruik. De POH (praktijkondersteuner huisartsenzorg) is daar inmiddels wel in getraind. Maar voor de meeste behandelaars, ook in de jeugd GGZ, geldt dat er nog onvoldoende wordt doorgevraagd. Training op dit gebied is dus nodig, want anders blijven mensen er te lang mee doorlopen en dat is niet nodig. Hoe eerder je erbij bent, hoe sneller je er iets aan kunt doen.
  4. Bij het screenen van jongeren kan ik me voorstellen dat zij bijvoorbeeld het gebruik van harddrugs niet snel zullen toegeven, omdat deze illegaal zijn. Hoe gaan jullie daarmee om? Antwoord: ja, dat klopt. Dat is een probleem, blowen en alcohol zijn meer aanvaard. Maar harddrugs is een kleine groep. We hebben nog geen oplossing voor dit probleem.
  5. Jullie hebben het over preventief aanpakken, hoe doe je dat? Antwoord: daar is nog geen eenduidig antwoord op. Ouders moeten streng zijn in de opvoeding en kinderen bijvoorbeeld niet thuis al laten drinken. Maar wat versta je onder streng zijn? Antwoord: het is een misvatting dat streng zijn leidt tot stiekem gebruik. Dus streng zijn helpt wel degelijk, maar het beste is natuurlijk om zelf het goede voorbeeld te geven.
  6. Krijgen ouders motiverende gesprekstechnieken aangeboden? Antwoord: ja, dat gebeurt vaak en dat blijkt ook te helpen.
  7. Maakt het nog verschil of iemand zelf om hulp heeft gevraagd (en dus zelfinzicht heeft) of dat iemand wordt gestuurd? Antwoord: daar is niet veel onderzoek naar gedaan, maar er is niet veel verschil, omdat zelfinzicht ook komt naarmate de behandeling vordert.
  8. Hoe verklaren jullie de verschillen tussen Amerika, waar vooral opiaten een probleem zijn, en Europa, waar vooral alcohol een probleem is? Antwoord: die conclusie kan ik niet bevestigen, alcohol is in Amerika ook een groot probleem. Maar er zijn wel verschillen in aanpak waar wij van leren. Zo worden in Amerika de verstrekkers van de genotsmiddelen aangepakt, in plaats van de gebruikers. Dat hebben wij overgenomen. Zij brengen ook de wet meer naar de praktijk, daarom hebben wij bijvoorbeeld lokale controleurs aangesteld. Zo wordt de effectiviteit van de handhaving beter.
  9. Is er binnen het gebruik van alcohol nog een verschil in wat je drinkt? Is wijn bijvoorbeeld minder schadelijk dan whisky? Antwoord: nee, het percentage alcohol is het enige verschil. De mate van verslaving is bij beide even erg. Er is een subtiel verschil in het percentage alcohol als je kijkt naar de schade aan de lever. Maar we komen nu allemaal terug op eerdere onderzoeken, waaruit zou blijken dat wijn minder schadelijk zou zijn. In de horeca merk je ook een ander probleem hierbij: de glazen worden steeds groter. In onderzoek wordt steeds gerefereerd aan de standaardeenheid (maximaal een per dag), maar de horeca heeft de standaardglazen afgeschaft. Zo kan het gebeuren dat je met één glas toch meer standaardeenheden binnenkrijgt.
  10. Bij het onderzoek naar de effectiviteit van een behandeling wordt vaak gemeten direct na de behandeling en na drie maanden, maar hoe zit het met de effectiviteit na een aantal jaar? Antwoord: bij verslavingen is er een groot risico op terugval en is er een wisselend verloop te zien. Hoe langer na de behandeling je meet, hoe minder effectief die wordt. Daarom zijn zelfhulpgroepen ook zo belangrijk, om dat wat je geleerd hebt vol te houden. Onderzoek wijst uit dat op de lange termijn zelfhulpgroepen een belangrijk deel zijn van het herstelproces.
  11. Wat zetten jullie voor stappen richting de industrie en politiek? Geven jullie informatie aan de politici bijvoorbeeld? Antwoord: we hebben ons nu vooral gericht op jongeren. De politiek in het algemeen wil niet gaan betuttelen. Er is veel verzet tegen alcoholbeleid dat beperkend uitpakt voor volwassen drinkers. We pleiten wel voor voorlichting gericht op ouderen, maar als we niets doen aan de prijs gaat het niet veel helpen. We bepleiten een integrale aanpak: bewustzijnscampagnes en regelgeving. Er is ook een verschil tussen betutteling en bewustzijn. Nu staat bijvoorbeeld op flesjes niet de juiste informatie, iets wat je bij sigaretten de laatste jaren wel ziet. Daar komt nu langzaam verandering in.
  12. Wat je vertelde over kanker en alcohol is voor mij nieuw. Waarom is dit niet eerder in de publiciteit gebracht? Antwoord: het KwF is wel op de hoogte, maar heeft besloten om, gelet op de middelen die ze ter beschikking heeft, de focus te leggen op roken. Bovendien ligt drank gevoeliger bij mensen. In de politiek is het moeilijk om iets voor elkaar te krijgen, als je net goed contact hebt met een ambtenaar moet hij alweer plaatsmaken voor iemand anders. Bovendien spelen er enorme belangen. De alcoholindustrie heeft erg veel invloed, dat zie je al aan de grote aantallen lobbyisten in Brussel.

Eerste rondetafelgesprek
De voorzitter verwelkomt iedereen weer na de pauze en opent het gesprek met de vier ervaringsdeskundigen. Aan tafel zitten Julia als vertegenwoordiger van de doelgroep Jeugd en Kees, Toon en Tom voor de doelgroep Ouderen. Helaas is Milan (Jeugd) verhinderd vanwege ziekte. Maaike vraagt de aanwezigen om zichzelf te introduceren. Julia vertelt dat zij 22 jaar is, zij is verslaafd geweest aan alcohol, cannabis, ecstasy en ketamine. Bovendien aan jongens en aan werken.
“Op mijn 15e begon ik met mijn eerste biertje en ben ongeveer zes jaar verslaafd geweest. Ik ben behandeld bij Yes We Can Clinics (YWCC) in een van hun klinieken. In mijn geval in de Ardennen. Daar leef je tien weken lang, zo goed als compleet afgesloten van de wereld. Pas na vijf weken is er voor het eerst bezoek van de ouders. Dat noemen ze de verbindingsdag. Daar moet je dus ook echt alles opbiechten, maak je excuses en probeer je weer te hechten. Het klinkt misschien als een
gevangenis, maar dat was het niet voor mij. Wat voor mij werkte was dat ik letterlijk uit mijn omgeving werd gehaald. Elke week komen er 8 tot 10 nieuwe jongeren daar die met hun behandeling starten. Ze krijgen een cliënt toegewezen als hun maatje. Je bent dus al heel snel een Peer (lotgenoot) voor een nieuwe lichting. Als nieuwkomer zie je dus mensen die hetzelfde hebben meegemaakt als jij, maar wel clean zijn. Daar kijk je echt enorm tegen op.” Maaike vraagt hoe Julia in de verslavingszorg terecht is gekomen? “Ik was 20 en nog enorm aan het feesten en beesten, terwijl mijn vrienden om mij heen bezig waren om hun leven vorm te geven. Ik had genoeg van mijn eigen gedrag en realiseerde mij dat het anders moest. Mijn ouders hadden geen invloed meer op mij, maar ik was al wel voor therapie in de GGZ en mijn behandelaar heeft mij doorverwezen”. Dan vraagt Maaike wat ouders kunnen doen als hun kind verslaafd is geraakt? Julia kan hier heel moeilijk antwoord op geven. “Wat voor mij werkt, hoeft niet voor een ander te werken. Zo werkt pushen niet bij mij: ik moet helemaal niks. Ik was 15 toen ik voor het eerst dronk. Thuis had ik afgesproken dat ik 1 biertje per 3 weken zou drinken. Maar dat werkte niet, omdat mijn vrienden veel meer dronken. De afspraak met mijn ouders had echt geen invloed op mijn doen en laten in die tijd. Nu drink ik niet meer. Ik ga nog wél uit en naar feestjes, maar drink geen druppel alcohol. Wat mij hierin overeind houdt, is dat ik trots ben op wat ik heb bereikt, trots op mijn ouders, mijn vrienden. Ik heb een mantra in mijn hoofd, voor die keren dat ik weer trek heb. Dan vraag ik mezelf af wat er gaat gebeuren als ik weer ga gebruiken? Dan draait er een film in mijn hoofd met beelden van hoe het was toen ik nog gebruikte.” Om steun te hebben in het dagelijks leven, neemt Julia ook deel aan een lotgenotengroep met leeftijdsgenoten. Julia: “Het Minnesotamodel geeft mij houvast in mijn leven, maar het is niet zo dat ik Minnesota leef. Als ik het gevoel heb dat ik terugval, dan maak ik wel gebruik van technieken uit de behandeling.”

Er wordt een grappige videoclip vertoond, waarin het ouderenkoor Young at Heart het lied My Generation van The Who ten gehore brengt. Maaike: “Dat is jouw generatie, Kees.” Kees (66, uit Amsterdam) lacht. “In principe klopt het wel. In de cliëntenraadkamer waar ik werk hangt een grafiek, waarin je mooi kunt zien hoeveel meer alcohol per hoofd van de bevolking we zijn gaan gebruiken sinds de jaren zestig. Die curve gaat recht omhoog. Mijn - onze - generatie drinkt 300% meer dan onze ouders.” Maaike: “Wanneer wist je dat jij een alcoholist was?” Kees: “Je bent niet zo maar een alcoholist, dat vergt ongeveer 10 jaar om dat te bereiken. Ik dronk overal waar het kon. Ik werkte bijvoorbeeld een tijdje bij de redactie van Het Parool en als ’s ochtends de krant klaar was, dan ging je drinken in het stamcafé. Onze redactievergaderingen waren steevast in Café Hesp.” Maaike: “Maar wanneer merkte je het?” Kees vertelt dat hij last kreeg van zijn maag en daarvoor naar de huisarts ging. “Maar over alcohol werd absoluut niet gesproken. Dat kwam pas ter sprake toen een bevriende psychiater – een collega op mijn nieuwe werk bij de VU – een voortdurende alcohollucht rook en daar op doorvroeg. Zij adviseerde mij om naar de Jellinek te gaan. Toen op de Keizersgracht. Nooit spijt van gehad. Ik ben eerst ambulant behandeld met librium om af te kicken. Maar dat werkte absoluut niet. Toen ben ik opgenomen. Ik heb gelukkig altijd erg goede werkgevers gehad, zoals de universiteit. Want je bent toch weken of zelfs maanden uit de running als je weer moet afkicken, want ook bij mij ging het niet van een leien dakje.” De voorzitter lacht en zegt dat het uiteindelijk toch goed is gelukt. Zij vindt hem enorm energiek. Kees: “Dat energieke hoort echt bij ex-verslaafden. Je moet een gat gaan vullen dat achter blijft na de detox. Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat mensen na het afkicken niet thuis gaan zitten: ga wat doen! Vrijwilligerswerk of wat dan ook. We herhalen dat ook steeds bij de verslavingszorg: help cliënten bij het opvullen van dat zogenaamde zwarte gat. Ik ben al enige jaren cliëntenraadslid en redacteur van het Nul-Nummer, het cliëntenraadblad voor cliënten in de  verslavingszorg. Ik heb daarnaast de ‘drive’ om uit te zoeken, waarom ik wél verslaafd ben geraakt aan alcohol en niet al die vrienden die ook flink mee zopen.”Maaike: “Heb je nog tips om het vol te houden?” Kees meent dat zijn motivatie uit zichzelf komt. Hij heeft daar geen andere personen bij nodig. “De AA of zoiets is niet echt mijn ding. Ik haal veel waarde uit het verzamelen van kennis over verslavingen. Ik heb veel geleerd van de oude dokter Dikkenberg uit de Jellinek. Ik bezoek ook veel congressen en symposia en daar steek ik veel van op. Zoals bijvoorbeeld over de relatie tussen alcohol en kanker, zoals dat in het eerste gedeelte van dit symposium aan de orde kwam.” De microfoon gaat vervolgens naar Toon. Hij is 75 jaar jong en komt van oorsprong uit Brabant. Hij is een bijzonder vitaal mens. Buiten zijn cliëntenraadwerk is hij actief bij tal van andere vrijwilligersorganisaties. Tevens is hij vanaf het begin betrokken bij de Buitenveldertgroep, een
Amsterdamse lotgenotengroep voor gebruikers. Een beetje vergelijkbaar met de AA.

Maaike: “Wat is jouw verhaal?”
Toon: “Ik pas prima in het thema van deze dag. Ik was in 1997 precies 55 toen ik met een mooie regeling met vervroegd pensioen kon. Ik werkte bij Ziekenfonds ZAO, die fuseerde en in dit proces werd een afvloeiingsregeling bedacht. Daarvoor dronk ik al flink, maar nu ging het echt mis. Ik heb letterlijk een heel jaar in de kroeg doorgebracht. Ik wist niet wat ik verder moest doen in het leven en het ging van kwaad tot erger. Op een gegeven moment kon ik zelfs de deur van mijn eigen huis niet meer vinden. Mijn buurvrouw moest mij helpen de deur te openen”, lacht hij beschaamd. “Dat jaar was er ook heel veel misère in mijn familie in Brabant. Mijn vader overleed dat jaar en ik bleef maar zitten in die kroeg. Op een goeie dag ging ik op bezoek in Brabant en daar liep het vreselijk uit de hand. Ik werd ‘uitgekotst’ door mijn familie. Als je zo drinkt blijf dan maar lekker in Amsterdam werd er geroepen. Iemand nam mij mee naar de Jellinek en die zei: Dokter Dikkenberg
kan jou helpen. Ik ben bij Dikkenberg geweest en hij regelde een opname voor mij. Sinds die tijd heb ik geen druppel meer gedronken”, aldus Toon. “Ook mensen uit de verpleging zoals Joke Koperdraad hebben mij fantastisch geholpen.”
Maaike vraagt Toon naar de tijd daarna. Toon vertelt dat hij nog altijd actief is voor de Buitenveldertgroep. Het is een zelfhulpgroep voor alle soorten verslavingen. Ze zitten aan tafel en praten over hun eigen onderwerp. Volgens Toon kun je veel leren van de verhalen van anderen. “Ik kom nu al 19 jaar bij de Buitenveldertgroep. Niet iedereen snapt waarom. Mijn buurvrouw heeft wel eens gezegd: “Altijd maar naar die groep, ben je nou nog niet beter?” Hij lacht breeduit als hij dit verteld.
Maaike vraagt of hij een tip heeft voor Kerst? “Structuur is belangrijk”, aldus Toon. “Het eerste jaar is het gevaarlijkst. Dan ben je kwetsbaar. Zoek met Kerst een veilige plek zonder drank. Neem niets te eten waar alcohol in zit. Verder moet het eigenlijk zo praktisch mogelijk zijn. Ik heb na de detox heel veel dingen weggegooid. Ik had een complete bar in huis met alle ‘toeters en bellen’. Die heb ik mijn huis uit getrokken en op straat gekieperd. Hup, weg ermee.”

Tom is de vierde gast aan tafel. Tom (60) woont al jaren in Amsterdam. De voorzitter maakt grappen over zijn bekendheid. Tom is dit jaar op TV geweest om te vertellen over verslaving en onlangs stond een mooie, paginagrote foto van hem in het NRC. Ditmaal over het fenomeen alcoholische 55+-ers. De voorzitter vraagt hoe het hem is vergaan? “Ik herken veel dingen in de verhalen van de drie andere gasten hier aan tafel. Om alcoholist te worden, moest ik echt mijn best doen. Als beroep ben ik muzikant, dus met dit vak kwam ik al heel snel in contact met – vooral – alcohol. Ook bij mij ging het van kwaad tot erger. Mijn vrouw heeft me op een gegeven moment verlaten, ik reed auto’s in de prak, werd ontslagen vanwege incidenten
veroorzaakt door alcohol. Ook toen een goede vriend praktisch onder mijn handen dood ging aan levercirrose, deed alles me bar weinig”, aldus Tom. “Ik raakte pas de bodem, toen ik mijn creativiteit kwijtraakte door de alcohol. Mijn muzikale creativiteit is alles voor mij. Dat is wie ik ben. Toen mijn creativiteit ten gronde ging en ik dat ook daadwerkelijk voelde, realiseerde ik mij dat het niet verder kon. Ik zat toen op zes flessen wijn per dag. De Jellinek heeft mij fantastisch
geholpen. Ik heb de ervaring dat ik nooit meer alcohol kan drinken. Bij mij zit er niets tussen één glaasje en zes flessen per dag.” “Wat werkt bij jou?” Tom: “Ik heb veel gehad aan enkele hulpverleners van de Jellinek. Daarnaast was ik regelmatig
bezoeker van de Buitenveldertgroep en heb daar ook veel opgestoken. Pas na een jaar voelde ik me stabiel. Op dit moment doe ik vooral veel peergroupwerk. Ik geef ook een cursus ‘Omgaan met Verslaving’ voor familie en vrienden van  verslaafden. Deze mensen krijgen in de cursus handvatten aangeboden hoe om te gaan met verslaafden. Moeders bijvoorbeeld betrekken het feit dat hun kind verslaafd is helaas heel snel op zichzelf. Maar zo eendimensionaal is het niet. Het is overigens wel van belang om verslaafden altijd aan te spreken vanuit eerste persoon enkelvoud: het doet mij pijn om je te zien drinken, et cetera. Dat zijn de ‘zaadjes’ die je plant in de geest van de verslaafde. Dát laat hem of haar nadenken over wat ze doen. Belerende woorden werken niet, zeker niet bij mij.”

Maaike: “Julia, hebben jouw ouders een cursus gevolgd?” Julia: “Jazeker, bij YWCC hebben ze een cursus kunnen volgen. Ook René van Collem (exdrummer van Doe Maar) geeft cursussen aan ouders en daar hebben ze ook veel baat bij gehad.”

Vragen en opmerkingen uit de zaal:
“Ik constateer dat kennis en inzicht over verslaving van groot belang is. Zowel voor verslaafden zelf als voor naastbetrokkenen.” “De eerste stap om van hun verslaving af te komen hebben deze mensen zélf gezet. Dat stelt mij als moeder ook wel een beetje gerust. Maar het blijft wel moeilijk om een kind te zien lijden.” Julia reageert daarop: “Ik sluit me aan bij wat Tom heeft gezegd: het is zo belangrijk om in de ik-vorm te blijven spreken.” “Maar dan krijg ik het idee dat ik ze een schuldgevoel meegeef.” Julia: “Dat is ook een belangrijk onderdeel van het hele proces. Ik zag zelf echt niet meer wat ik allemaal aanrichtte. Als ouders kun je ook té voorzichtig zijn en dan wordt de schade alleen maar groter.” “Ik begrijp nu dat het belangrijk is dat familie zich realiseert dat je de verslaafde alleen maar faciliteert door jezelf niet uit te spreken. Niet spreken vanuit een verwijt, maar vanuit betrokkenheid met de persoon.” Julia: “Je moet als ouders niet bang zijn om onderwerpen aan te snijden bij je kinderen. Openheid van ouders naar kinderen toe is zo belangrijk. Juist vanaf het begin dat kinderen alcohol drinken of andere dingen gebruiken, zouden ouders dit open met hun kinderen moeten bespreken. Vooral ook om te voorkomen dat iets een taboe wordt en kinderen schaamte voelen om er over te praten.” Maaike vraagt aan de panelleden of zij herkennen dat er sprake was van schaamte? Toon: “Wel bij mij. Ik schaamde mij voor de rest van mijn familie. Mijn moeder, mijn broers en zussen. Voor hen hoefde ik ook niet meer naar Brabant te komen.” “Ik vind het heel knap wat Julia heeft gedaan en vraag me af hoe ze nu in het leven staat.” Julia: “Ik heb veel vrije tijd op dit moment. Ik doe elke dag een ding dat ik graag doe plus een ding dat ik voor mezelf moet doen. Bijvoorbeeld wassen. Met dingen die ik erg leuk vind, moet ik blijvend oppassen. Zo vind ik werken met beautyproducten erg leuk, maar ik moet oppassen daar niet in door te schieten.”
Maaike geeft aan dat de tijd op is. Wat willen de ervaringsdeskundigen meegeven aan het panelgesprek van professionals zo dadelijk?
Tom: “Zichtbaar maken voor cliënten dát er dagbesteding is. Ik moet in de klinieken altijd zoeken naar folders van Roads.”
Toon: “Ik sluit me aan bij Tom plus dat ook zelfhulpgroepen moeten worden gepromoot bij cliënten. Ze kunnen zich aansluiten bij bestaande groepen of er zelf een beginnen.”
Kees: “Op het moment dat cliënten ontgift zijn, dan is het moment dat ze aan de slag gaan in zinvolle dagbesteding.”
Julia: “Helemaal mee eens. Wat ik nog wil toevoegen: behandel verslaafden en ex-verslaafden als mens en niet als zieken (patiënt of cliënt). Je bent niet ziek of zielig. Bij YWCC bijvoorbeeld word
je fellow genoemd als je in behandeling komt.”

Tweede rondetafelgesprek
Gesprek met Jeroen Muller (Raad van Bestuur Arkin), Chris Maagd (voorzitter Cliëntenraad Arkin), Annette da Graça (vicevoorzitter Cliëntenraad), Wencke de Wildt (directeur Jellinek Amsterdam) en Henk Kik (directeur Jeugd en Gezin), onder leiding van Maaike Riemersma. Maaike vraagt iedereen om iets te vertellen over wat ze hebben opgestoken van deze middag.
Henk Kik: “Ik ben geschrokken van de aantallen verslaafden. Binnen Jeugd en Gezin is slechts 7% van ons werk gerelateerd aan verslavingszorg. Gelukkig is er hulpaanbod voor jongeren met verslavingsproblematiek. En we moeten meer aandacht besteden aan preventie. Toen ik de verhalen hoorde van de ervaringsdeskundigen, vroeg ik me af of er wel voldoende aandacht is voor schaamte bij jongeren. Ik wil daarover meer informatie inwinnen en ga praten met mensen bij Jeugd en
verslaving.” Wat hem verder opviel was dat er sprake is van onderdiagnostiek. “Er moet een transitie plaatsvinden tussen Jeugdhulp en Jeugd GGZ. Wij kunnen scholing aanbieden voor goede diagnostiek.”
Annette da Graça: “Binnen de Cliëntenraad Jeugd vraag ik me af: waar moeten we iets mee gaan doen? Ik sluit me graag aan bij Henk over het belang van preventie. Er is een grote groep jongeren die nu niet in beeld zijn en pas komen als ze ouder zijn dan 25 jaar. Bovendien merk ik dat cocaïne vaak niet bespreekbaar is. Verder had ik nog een vraag aan Julia. Je zei dat je een nieuwe vriendenkring zocht, maar hoe doe je dat? Hoe kom je uit de eenzaamheid?” Julia:”Ik zat tijdens mijn behandeling daar met 80 jongeren, waar elke week nieuwe bijkwamen en anderen weggingen, dus in totaal heb ik 160 nieuwe mensen ontmoet die hetzelfde proces hebben meegemaakt. Daaruit heb ik een aantal nieuwe vrienden gemaakt. Maar ook via zelfhulpgroepen na de behandeling.”
Chris Maagd: “Ik heb dingen gehoord die ik nog niet wist. Wat me ook opviel was wat Wim van Dalen vertelde over de reclame op sociale media. Als je dat legt naast de belevingswereld van jongeren, waarin alles draait om sociale media, dan worden ze dus ongecontroleerd bestookt met reclame.” Hij heeft ook nog een vraag aan Wencke: “Ouderen komen vroeg of laat bij de Jellinek terecht, lopen die hetzelfde traject als anderen? Worden ze bijvoorbeeld ook wel eens opgenomen?”
Wencke: “Er is een speciale ouderengroep. Bij elke cliënt wordt gekeken naar de klachten, dagbesteding en dergelijke. Dan bekijken we of iemand ambulant geholpen kan worden, of dat ze opgenomen moeten worden. Dat ligt dus niet aan de leeftijd, maar aan de ernst van de problematiek. Bij ouderen is er soms sprake van een risico op sterke afkickverschijnselen, dan worden ze bijvoorbeeld ook opgenomen.”
Maaike vraagt Chris of de middag heeft opgeleverd wat hij had gedacht.
Chris: “Ik heb best veel symposia meegemaakt ondertussen, maar het was echt fantastisch met Julia en de oudere ervaringsdeskundigen. Vier verschillende mensen, maar zo veel overeenkomsten in hun verhaal. En allemaal verhalen met een happy end. Dat is natuurlijk niet altijd zo, dit blijft in potentie toch een problematiek die dodelijk kan zijn. Ik heb sinds mijn behandeling veel leuke mensen leren kennen, maar ook drie uitvaarten gehad.”
Wencke de Wildt: ”De persoonlijke verhalen onderstrepen maar eens dat er grote verschillen zijn tussen mensen en dat onze belangrijkste opdracht is: voldoende recht doen aan de verschillende cliënten die bij ons komen met hun verschillende verhalen en behoeftes. We weten welke behandelingen de meeste kans op effect hebben, maar hoe zorg je ervoor dat iemand zijn eigen draai daarin kan vinden? En hoe zorg je ervoor dat mensen een goed beeld hebben van wat voor
behandelingen er allemaal mogelijk zijn en hoe kunnen ze daaruit een keuze maken? Hoe kunnen zij beslissen over al die behandelingen en weten wat het meeste bij hen past? Het blijft maatwerk.” Jeroen Muller: “Je leert veel als je cliënten hoort praten, dat vond ik erg indrukwekkend. Om te horen hoe het begint, hoe een leven verloopt als een probleem lang ontkend wordt en hoe het soms ook slecht afloopt.” Jeroen heeft een aantal belangrijke punten uit deze middag gedestilleerd:
“De dagbesteding moet beter, we maken te weinig gebruik van Roads en zingeving is wat je staande houdt, dat hebben we vanmiddag ook weer gehoord. Daarnaast is bejegening belangrijk. Het is belangrijk dat we echt kijken naar het cliëntenperspectief en de wederkerigheid. Zodat we niet in patiënt-behandelaar gedachten blijven hangen. Ook viel me op hoe versnippert de zorg is. De therapie is maar een klein stukje van de behandeling. Je zou het liefste willen dat iemand op afstand steeds blijft meelopen. Zeker omdat er in de zorgketen slecht wordt samengewerkt, dat zou veel beter kunnen.”
Maar Jeroen heeft ook positieve dingen te melden: “In onze organisatie ben ik trots op hoe we het doen. Binnen Arkin werken professionals die enorm betrokken zijn. We doen het goed en werken (soms veel te) hard. Wat niet wegneemt dat er altijd iets beter kan. Ik ben ook trots op de mensen vandaag die hun verhaal durfden te delen en op de professionals die elke dag weer zorgen voor mensen die het kwetsbaarst zijn in Amsterdam. Ook ben ik blij met het Herstelbureau, waar ik de
presentaties van heb gezien. Daar gaat het niet alleen over de behandeling, maar juist over het terugvinden van de eigen kracht van een cliënt. Daar ligt de toekomst. Ik was laatst in het buitenland waar ik iets meer zag over 'resilience', daar is zorg meer onderdeel van de community.
Het weerbaar maken van de mensen binnen de maatschappij, ouders leren hoe ze kunnen opvoeden. Dat is de herstelkant waar ik op in wil zetten.” Tot slot is er nog aandacht voor het Herstelbureau met Emil Hagenaars: Het herstelbureau gaat er volgend jaar komen. Het zit al in zijn hoofd en in dat van de ervaringswerkers die mee gaan doen. Het plan ligt uitgewerkt klaar om naar de Raad van Bestuur te gaan. “We zoeken nog fysieke plekken in de wijk waar we kunnen gaan zitten. Nu al doen we goed werk binnen de merken, maar het zou goed zijn om buiten de GGZ-instelling, in de wijk zelf, bereikbaar te zijn. Volgend jaar willen we dagactiviteiten gaan aanbieden, mogelijkheden om terug te keren naar werk, IPS (Individuele Plaatsing en Steun) en alles wat een cliënt maar kan helpen om weer op de been te komen en te blijven.”

Ter afsluiting van deze bewogen middag geven Annette en Tom nog een kleine performance.
Annette draagt haar gedicht “In moeilijke tijden” voor, met een muzikale omlijsting door Tom.
Indrukwekkend!

Hansje Cozijnsen
Emile Verstege

09 oktober 2018

arkin.nl